Zaligsprekingen vandaag … (naar: Matteüs 5:1-12)
Gelukkig ben jij omdat je ervaart dat je niet perfect bent. Gelukkig ben je omdat je voelt dat je telkens weer op grenzen botst. Omdat je niet alles kan, niet alles weet en je niet voor alles kan inzetten. Gelukkig ben je dat je op je grenzen botst want juist daardoor ontstaat er ruimte. Ruimte voor een liefdesverhaal van God en mensen waarin prestatie niét telt.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Wanneer we ons er heel bewust van zijn dat we de waarheid niet in pacht hebben, dat onze blik beperkt is. Zo kunnen we een oase, een ademruimte worden voor mensen die zoeken naar de grond van dit bestaan.
Gelukkig ben jij omdat je beseft dat je ook verdriet met je meedraagt. Misschien stop je het vaak weg, denk je er liever niet aan of laat je het nooit merken. Maar gelukkig ben je als je je verdriet erkent. Verdriet is niks anders dan gekwetste liefde. Jouw verdriet vertelt je dat je nog steeds naar die liefde verlangt. Samen met vreugde is verdriet een broodnodige gids op je zoektocht naar die diepste Bron van liefde.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat we beseffen. Gelukkig zijn we als we onze tranen hier mogen huilen, onze pijn uitspreken en ons verdriet delen. Zo kunnen we een schuilplaats worden voor mensen van wie het leven pijn doet.
Gelukkig ben jij omdat je ervaart dat je eigenlijk een heel breekbare en kwetsbare mens bent. Gelukkig ben je als je voelt hoe hard, pijnlijk of oneerlijk het leven kan zijn. Het zal je verlangen naar zachtheid en tederheid versterken. Zoals Leonard Cohen het ooit schreef: “In alles zit er een barst, want precies daardoor kan het licht er binnen vallen.”
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Dat ons geloofsverhaal heel breekbaar is en vaak barsten van macht of eigenbelang vertoont. Gelukkig zijn we wanneer we die barsten niet wegstoppen, maar ze au serieux nemen en ze beschouwen als tegendraadse wegwijzers naar waar het echt over gaat: de mensen om ons heen en God zelf.
Gelukkig ben jij omdat je in je binnenste dat verlangen naar rechtvaardigheid ervaart. Gelukkig ben je omdat je weet wat het betekent om onrecht aangedaan te worden. Het kan je dorst naar eerlijkheid en oprechtheid alleen maar groter maken. Gelukkig ben je omdat je kwaadheid voelt bij het onrecht en verdriet bij de mens die eronder lijdt. Het vertelt je over een visioen dat God zelf in jou heeft gelegd.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Gelukkig zijn we wanneer we ons niet tot rechter opwerpen, maar steeds weer proberen te zoeken hoe elke mens bemind wordt. Dan zijn we heilige grond voor mensen. Dan doen we de schoenen van het oordeel uit om elkaar niet te vertrappelen.
Gelukkig ben jij omdat je voelt dat je eigenlijk maar één diepe wens hebt: gewoon helemaal jezelf mogen zijn. Gelukkig ben je omdat je niet voortdurend afhankelijk wil zijn van het oordeel of de verwachtingen van mensen. Gelukkig ben je als je van jezelf probeert te houden. Het maakt je steeds milder en verdiept je relaties. Het brengt je bij je diepste kern: God zelf.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Gelukkig zijn we wanneer we niet voortdurend anderen willen zeggen wat ze moeten doen. We zijn een oase voor mensen als we God helpen ontdekken in wie ze al zijn en wat ze al doen.
Gelukkig ben jij omdat je steeds weer op zoek bent naar vrede. Gelukkig ben je omdat je ervaart dat het soms stormt in je hart, dat er een onrust woelt die je maar moeilijk kan beschrijven. Het zal je helpen om Gods vrede niet langer buiten jezelf te zoeken want daar is ze niet te vinden. Vrede kan je niet maken, zoals een bron het water niet maakt. Ze brengt het enkel naar boven omdat er in haar binnenste een overvloed leeft.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Gelukkig zijn we als we eerst vrede zoeken met onszelf. Het zal ons de wereld doen begrijpen zoals God die begrijpt: een tijd en ruimte om elkaar lief te hebben.
Gelukkig ben jij omdat je soms kampt met wanhoop en twijfel. Gelukkig ben je omdat je voelt dat er doorheen tegenkanting en ongeluk, verdriet en onrust, iets in jou blijft hopen. Gelukkig ben je, want je hoeft niet bang te zijn. Niemand kan ooit vallen uit Gods lege handen.
Gelukkig onze geloofsgemeenschap als we dat beseffen. Zoals Charlie Chaplin het ooit schreef: “Wij hoeven niet bang te zijn voor conflicten en problemen met onszelf en met anderen. Want soms botsen zelfs de sterren op elkaar en dan ontstaan er nieuwe werelden.” Gelukkig zijn we, vrienden, omdat we dat vertrouwen bij elkaar kunnen doen groeien. Omdat we mogen hopen en geloven. Verheug jullie en juich want dat is echt leven…
Vincent Duyck 29-01-2011