Na al wat de voorbije weken in de kerk gebeurd is, klinkt elk evangelie anders. Je leest en verstaat het anders. Ook die aartsmoeilijke tekst van vandaag. Zelfs die zinnen, die wat meer toegankelijk zijn:
“Ik laat jullie vrede na.
Maak je niet ongerust.
Verlies de moed niet”
Je kan niet anders dan die zinnen lezen tegen de achtergrond van wat er in onze kerk gebeurt…Van de pijn die niet overgaat
Het zal weer hortend en stotend zijn. Misschien is het een poging voor mezelf om klaarheid te krijgen, - maar ik weet dat jullie er ook mee zitten…
Ik ben aan het leren
begrip te hebben voor de slachtoffers,
begrip op te brengen voor de daders, ook al is dit nu nog moeilijk,
wat kerk zijn vandaag is,
wat vergeving is.
Ik heb dus stof voor 4 preken. Niet alles is voor vandaag dus. En sommige onderwerpen zijn ook nog niet klaar en vragen dus nog tijd.
Twee weken terug, toen het pas gebeurd was, zei iemand na de mis in St.-Michiel: wij staan terug aan het begin. Wij zijn vandaag de kleine bange gemeenschap van na de verrijzenis. Die twaalf die samen kropen, in hun beslotenheid van angst, en pijn, en schaamte.
Deuren en vensters gesloten. Toegeklapt waren ze. In zichzelf opgesloten.
En Hij komt binnen, de Verrezene. Dat betekent: Hij breekt hun beslotenheid open en toont zijn wonden en zegt: Ik ben het.
Dat is vandaag aan het gebeuren.
Dat betekent: het eerste dat we vandaag moeten doen, is niet:
kijken hoe we door de crisis komen, hoe we zo vlug mogelijk heel die problematiek achter ons kunnen laten, en overgaan naar de orde van de dag.
Het eerste is niet die reflex van zelfbehoud, en van zelfverdediging…
Maar het is wel:
dat wij ons eigen zeer eventjes aan de kant zetten,
en kijken naar wie hij keek:de slachtoffers. En dan denk ik niet alleen aan de slachtoffers van misbruik in de kerk. Ik denk ook aan die zovelen die in gezinnen en opvoedingsmilieus misbruikt werden. Honderden mensen die verder moeten met een niet te genezen wonde, en die al jaren verzwegen worden. Ik kan mij ten andere niet van de indruk ontdoen dat ze vandaag nog altijd verzwegen worden, dat alle aandacht nu gaat naar het zoeken van de schuldigen - dat moet ook gebeuren.
Kijken naar wie Hij keek, de doodgezwegen slachtoffers.
Laat ons even proberen in hun vel te kruipen.
Laat ons proberen te beseffen wat dat zeer is dat zij al jaren meesleuren. Wat dat moet zijn: geraakt tot in het intiemste van je lichaam en je ziel.
Wat dat moet zijn: als het vertrouwen dat je in mensen had, zo zwaar geschonden is.
Wat dat moet zijn: te leven met schaamte en schuldgevoel en het aan niemand kunnen of durven of mogen zeggen, en dus jarenlang moeten rondlopen met een ondraaglijk geheim. Tot je er ziek van wordt.
Getekend voor de rest van je leven tot in je lichaam, je ziel, je relaties, en altijd weer botsen op onbegrip.
Die slachtoffers zijn een spiegel voor ons. Alleen al uit het feit dat ze bestaan, klinkt hun vraag naar ons toe: ‘en jij, wie ben ik voor jou, ga jij me ook veroordelen? Ga jij me ook laten vallen?’
Maar ook op een ander vlak zijn zij een spiegel voor ons. Zij maken ons duidelijk dat elke mens leeft met kwetsuren. Wij zijn allemaal getekend door pijn die ons is aangedaan, of die ons overkomen is, of die we zelf aan anderen hebben aangedaan. Wij leven allemaal met kwetsuren, al zijn ze voor iedereen verschillend.
Wat doen we met ons zeer: we duwen het weg want we moeten goed en mooi en sterk zijn. Onze samenleving laat geen kwetsuren toe.
Misschien is het doordat wij wegduwen, dat het zo moeilijk is om tot begrip te komen.
Genezing kan maar komen als wij onze wonden in de ogen zien, en ze een plaats kunnen geven. Alleen op die manier leren wij anders met elkaar om te gaan.
In de slachtoffers, in elke gekwetste medemens komt Hij naar ons toe,
en breekt onze beslotenheid open.
Hij toont ons zijn wonden en zegt : Ik ben het.
Het zijn vandaag de wonden van de misbruikte slachtoffers.
Het is duidelijk dat onze eerste aandacht naar hen moet gaan, en dat wij als kerk radicaal hun kant moeten kiezen. Dat wij nu vooral hen recht moeten doen, en hen met veel begrip omgeven. Dat is veel belangrijker dan onze reflex tot zelfbehoud, tot het verdedigen van onze goede naam en status. Het gaat nu om hen in de eerste plaats.
Dat is de grote ommekeer die wij als kerk moeten maken.
Alleen op die weg vinden wij weer hoop, de Hoop dat er een dag komt dat de slachtoffers die zinnen ons uit het evangelie zullen kunnen toezeggen:
Vrede zij u.
Maak je niet ongerust.
Verlies de moed niet
Alleen uit hun mond zal het echt klinken.
Bij Johannes 14,23-29
Carlos Desoete 09 05 2010